Wat Prinsjesdag 2026 betekent voor zakelijke mobiliteit

Duiding vanuit fleet support bij de Miljoenennota 2027
Dinsdag opende minister Heinen het koffertje voor de Miljoenennota 2027. Wie in fleet management werkt, zag weinig verrassingen. De ingrijpende beslissingen voor onze sector zijn niet gisteren genomen; die staan al een jaar in de boeken. Prinsjesdag 2026 was daarmee geen aankondiging, maar een deadline die zichtbaar dichterbij kwam.
De belangrijkste punten
De grote autobelastingmaatregel, de pseudo-eindheffing van 12% op fossiele auto's van de zaak per 1 januari 2027, is oud nieuws. Die werd bij Prinsjesdag 2025 al aangekondigd. De regeling zelf blijft intact; wat de Miljoenennota 2027 toevoegt, zijn vooral verzachtingen en kleine nuances.
De heffing is op een paar punten fijngeslepen:
- Vervangend vervoer dat niet elektrisch is valt tot maximaal twee weken buiten de heffing.
- Een medewerker mag op jaarbasis zeven dagen een benzineauto huren zonder dat de pseudo-eindheffing meetelt.
- De Pseudo eindheffing vrijstelling is iets verder opgerekt naar 31 december 2030, dus niet meer 17 september 2030.
Eén verandering is wel nieuw voor 2027: de bijtelling voor elektrische auto's gaat omhoog, van 18% naar 20% over de eerste € 30.000 van de cataloguswaarde. Het beeld wordt daarmee tweeledig. Nieuwe benzineauto's worden fors duurder door de pseudo-eindheffing, terwijl elektrische auto's via de bijtelling iets duurder worden. Aan de wegenbelasting voor elektrisch verandert daarentegen niets: eerdere ideeën om die aan te passen zijn niet doorgezet, dus die gebruikskosten blijven gelijk. En de greentimerregeling voor tweedehands elektrische auto's, die een lagere bijtelling geeft voor een EV tussen de vijf en acht jaar oud, komt er wel, maar pas vanaf 2029: aantrekkelijk voor wie straks langer doorleast, nog niet voor nu.
Belangrijker dan wat erbij kwam, is wat uitbleef: een groot nieuw stimuleringspakket voor nieuwe EV's zit er niet in. Het beleid stuurt niet langer primair met subsidies richting elektrisch, maar via gerichte heffingen op fossiel rijden. Voor een fleet manager verandert daarmee het speelveld: de afweging tussen brandstofsoorten en vervoersvormen wordt scherper en telt vanaf 1 januari 2027, over ruim drie maanden, direct mee in de kosten.
Doorrekenen van de pseudo-eindheffing
Abstracte percentages zeggen weinig. Concreet: een fossiele auto van de zaak met een cataloguswaarde van €40.000 brengt vanaf 2027 een pseudo-eindheffing van 12% mee. Dat is €4.800 per jaar, oftewel €400 per maand, voor rekening van de werkgever en bovenop de bestaande kosten. Bij een wagenpark van twintig fossiele auto's loopt dat op tot bijna een ton per jaar.
Eén detail wordt soms onderschat: woon-werkverkeer telt mee als privégebruik. Een auto die een medewerker feitelijk vooral gebruikt om naar kantoor te rijden, valt dus ook onder de heffing. Dat maakt de reikwijdte groter dan menigeen op het eerste gezicht denkt.
De overgangsregeling: reden om nu te rekenen
Er geldt overgangsrecht: auto's die vóór 1 januari 2027 ter beschikking zijn gesteld, vallen pas vanaf 1 januari 2031 onder de heffing. Dat geeft ruimte, maar vraagt wel om vooruit rekenen.
Een nieuw leasecontract dat je vandaag afsluit voor 60 maanden, loopt tot 2031. Sluit je een fossiel contract na 1 januari 2027, dan geldt de heffing vanaf dag één, de hele looptijd. En een fossiel contract dat je nú nog afsluit onder het overgangsrecht, loopt in 2030 mogelijk tegen de heffing aan vóór het einde van de looptijd. Elke leasebeslissing van de komende maanden heeft dus een kostencomponent die verderop in de tijd zichtbaar wordt.
Wat dit voor de sector betekent
De rode draad in het beleid is een verschuiving van wagenparkbeheer naar mobiliteitsregie. De vraag verschuift van "welke auto krijgt deze medewerker" naar "hoe reist deze medewerker het beste van A naar B", met de auto nog altijd als volwaardig antwoord, naast opties als elektrische deelmobiliteit, OV en de fiets.
Wat het voor werknemers betekent
Voor de medewerker pakt deze beweging niet ongunstig uit, mits werkgevers goed meebewegen. Wie hybride werkt, kan een thuiswerkvergoeding (in 2026 €2,45 per dag onbelast) combineren met OV of auto; de onbelaste reiskostenvergoeding staat op €0,25 per kilometer. Voor wie veel op de weg zit, blijft de auto van de zaak een aantrekkelijke, comfortabele optie. Het aanbod aan vervoersvormen wordt breder, niet smaller. Welke mix het beste past, verschilt per medewerker en per functie.
Daar staat wel iets tegenover: meer eigen regie en administratie. De thuiswerkvergoeding en de reiskostenvergoeding mogen niet op dezelfde dag worden gestapeld, wat een nauwkeurige registratie van thuiswerk- versus kantoordagen vraagt, meestal via een app. De werknemer krijgt meer keuze, maar moet reisgedrag bewuster afwegen. Voor de werkgever betekent dat goede tooling en heldere communicatie voorwaarde zijn voor succes.
Wat wij vanuit Fleet Support adviseren
De belangrijkste boodschap uit deze Miljoenennota: de tijd om af te wachten is beperkt. Dus: Inventariseer je wagenpark vóór het einde van het jaar. Breng per auto de cataloguswaarde, de contractafloop en de verwachte heffing vanaf 2027 (of 2030) in kaart, als jouw wagenpark nog niet volledig geëlektrificeerd is. Communiceer ook op tijd met medewerkers. Veranderingen in de mobiliteitsregeling landen alleen als je het verhaal uitlegt voordat er iets verandert, niet erna.
Prinsjesdag 2026 bracht voor zakelijke mobiliteit weinig nieuws, en juist dat is het signaal. Het beleid ligt vast, de datum nadert, en de sector heeft nog 1 kwartaal om van reageren naar anticiperen te schakelen. De leaseauto blijft een volwaardig onderdeel van het mobiliteitsaanbod. De werkgevers die dit najaar hun wagenpark tegen het licht houden, sturen straks zelf. Wie wacht tot januari, wordt gestuurd.
Grip op TCO wordt de constante factor
Hier ligt wat ons betreft de eigenlijke les van deze Miljoenennota. Er wordt altijd nieuwe fiscale wetgeving bedacht. Wie zijn wagenparkbeleid ophangt aan de fiscale regeling van dit jaar, loopt telkens achter de feiten aan. Wie daarentegen grip heeft op de total cost of ownership, kan elke nieuwe maatregel opvangen en verwerken zonder dat het beleid ontspoort. Juist wanneer externe ontwikkelingen schuiven en onduidelijker worden, wordt die interne grip de constante factor.
Dat inzicht ontstaat niet vanzelf. Het komt voort uit de onderdelen waarin fleet management zijn echte vak heeft: inzicht in data (wagenparkdata, contractdata, financiële data en energiedata) en de sturing daarop. Daar zit de regie, niet in het volgen van de laatste fiscale wijziging, maar in het zó goed kennen van je eigen kosten dat welke wijziging dan ook inpasbaar wordt. En naarmate de wetgeving grilliger wordt, wordt die grip op TCO alleen maar waardevoller.
Daarom ligt onze rol bij het vertalen van fiscale wijzigingen naar optimaal beleid, want een klant die grip op TCO wil, wil niet dat een wijziging netjes wordt geadministreerd, maar weten wat het voor hém betekent en wat de opties zijn.
Onze belofte: een klant wordt nooit verrast door de volgende fiscale wijziging. Door brede marktkennis, langdurige klantrelaties en een database die continu wordt gevoed, identificeren we wijzigingen vroegtijdig en acteren we daarop. Dat kan doordat we data en kennis samenbrengen: outsourcing levert de operationele data, consultancy vertaalt die naar advies over waar de grootste TCO-winst zit. Zo kijken we breder dan alleen het voorkomen van een heffing, en houden we alle stakeholders in beeld.
Neem de pseudo-eindheffing. Daarover gingen we vroeg met klanten in gesprek over de effecten, de scenario's en de alternatieven. Het resultaat: bijna al onze klanten zijn inmiddels geëlektrificeerd en ontlopen in 2027 de heffing, de medewerker blijft tevreden en zelfs de basis-TCO wordt gunstiger. Zo maken we van de nood een deugd. Dat brede kijken naar wat de markt nodig heeft, loopt door in nieuwe vraagstukken zoals inzicht in laadkosten, met tools als e-manager en advies over de beste auto, laadpaal of laadpas.
Fiscale aanpassingen zullen er altijd zijn. Juist daarom is het onze rol om ze voor te zijn en te vertalen, en zo terugkerende onzekerheid om te zetten in structurele grip op de TCO van het wagenpark.
Grip krijgen op de TCO van uw wagenpark? Neem dan gerust vrijblijvend contact op met Youri van Gogh (+31(0)6 - 27621581) of Hugo Koops (+31(0)6 – 15 41 64 71). Samen brengen we in kaart wat uw wagenpark werkelijk kost en waar de stuurknoppen zitten.



