Pseudo eindheffing update: dit moet je weten

Vanaf 2027 veranderen de spelregels voor werkgevers die een auto van de zaak aanbieden. De overheid introduceerde eerder de pseudo-eindheffing, een extra belasting voor niet-elektrische zakelijke auto's. Na flinke kritiek vanuit het bedrijfsleven heeft staatssecretaris Eelco Eerenberg op 22 juni een aantal belangrijke aanpassingen aangekondigd. We zetten alles overzichtelijk voor je op een rij.
Vanaf 1 januari 2027 betalen werkgevers jaarlijks 12% van de cataloguswaarde van een niet-elektrische auto van de zaak, als die ook privé wordt gebruikt. Omdat woon-werkverkeer in deze regeling als privégebruik telt, geldt dit in de praktijk voor vrijwel alle zakelijke auto's met een verbrandingsmotor. De heffing gaat gelden voor niet-elektrische personenauto's die vanaf 01-2027 nieuw worden ingezet, of na die datum aan het wagenpark worden toegevoegd.
Elektrische auto's worden niet verplicht, maar de maatregel maakt het financieel een stuk onaantrekkelijker om na 2027 nog voor een brandstofauto te kiezen.
Wat verandert er na de aanpassingen?
Na overleg met werkgeversorganisaties en de automotive sector, waaronder een gezamenlijke brandbrief van BOVAG en negentien andere partijen, zijn er gerichte versoepelingen doorgevoerd:
Vervangend vervoer vrijgesteld
Moet een medewerker tijdelijk in een andere auto rijden omdat zijn eigen auto in de garage staat? Dan hoeft de werkgever geen pseudo-eindheffing te betalen, zolang de vervangende auto maximaal 14 aaneengesloten dagen wordt ingezet. Dit geldt voor alle auto's met een verbrandingsmotor. Vervangende elektrische auto's mogen gewoon langer dan 14 dagen ingezet worden.
Tijdelijke inzet (tot 2031)
Tot 1 januari 2031 geldt een uitzondering als een niet-elektrische auto maximaal 7 aaneengesloten dagen ter beschikking wordt gesteld, en dat maximaal één keer per jaar, per kenteken, per werkgever.
Lesauto's uitgezonderd
Rijscholen hoeven geen pseudo-eindheffing te betalen voor lesauto's. Omdat leerlingen voor rijbewijs B nog moeten leren schakelen, kunnen rijscholen niet volledig elektrisch rijden. Het kabinet erkent dat en stelt lesauto's vrij.
Overgangsregeling verlengd
Wie vóór 2027 al een brandstofauto van de zaak heeft, valt onder een overgangsregeling. Die liep oorspronkelijk tot 17 september 2030, maar is nu verlengd tot 1 januari 2031, een logischer moment om bestaande contracten af te bouwen.
Wat verandert er niet?
Niet alle bezwaren zijn gehonoreerd. Voor dealerdemo's komt er geen uitzondering: demonstratievoertuigen van dealerbedrijven vallen gewoon onder de regeling. En neemt een medewerker zijn auto van de zaak mee naar een nieuwe werkgever? Dan geldt dat als een nieuwe terbeschikkingstelling, waardoor de pseudo-eindheffing alsnog van toepassing kan worden.
Vanaf 2031 geldt de heffing bovendien voor álle niet-elektrische zakelijke auto's, ongeacht wanneer ze in gebruik zijn genomen.
Wat betekent dit voor jouw organisatie?
De aanpassingen nemen een aantal praktische knelpunten weg, denk aan de administratielast rondom vervangend vervoer en tijdelijke inzet. Maar de koers van het beleid verandert niet: het kabinet wil werkgevers duidelijk stimuleren om over te stappen op emissievrije voertuigen.
Voor organisaties met een wagenpark is het dan ook verstandig om nu al na te denken over een elektrificatiestrategie, zodat je niet voor verrassingen komt te staan als de volledige heffing in 2031 ingaat. Eens sparren over hoe dit aan te pakken? Neem dan gerust contact op met Youri van Gogh (+31(0)6 - 27621581) of Hugo Koops (+31(0)6 – 15 41 64 71).



